Overgangsregeling 55-

Werknemers die op of na 1 januari 1950 geboren zijn, kunnen met de overgangsregeling in aanmerking komen voor extra ouderdoms- en partnerpensioen. Daardoor kunnen zij op 62-jarige leeftijd stoppen met werken.

Wat zijn de voorwaarden?

Deze werknemers moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • zij zijn geboren op of na 1 januari 1950 en werkten op 31 december 2000 bij een werkgever die was aangesloten bij de VUT-stichting
  • zij hebben vanaf 1 januari 2001 tot en met 31 december 2005 zonder onderbreking deelgenomen aan de prepensioenregeling
  • zij hebben vanaf 1 januari 2006 tot aan hun pensioendatum zonder onderbreking meegedaan aan de pensioenregeling

Deelnemers hebben niet automatisch recht op het extra pensioen uit de overgangsregeling. De overheid geeft het pensioenfonds 15 jaar de tijd om het voor de overgangsregeling benodigde geld te ‘sparen’. Dit betekent dat het niet 100% zeker is dat de werknemer het extra ouderdoms- en partnerpensioen krijgt. Om ervoor in aanmerking te komen, moet de werknemer in elk geval tot zijn pensioen in de Banden- en Wielenbranche werkzaam blijven.

Het extra ouderdomspensioen uit de overgangsregeling, inclusief het opgebouwde prepensioen en het extra nog op te bouwen pensioen, mag niet meer zijn dan een bepaald percentage van het salaris. De tabel laat zien voor welke leeftijdsgroep welk percentage geldt. De werknemer krijgt dus niet meer extra ouderdomspensioen toegekend dan dit percentage van het salaris.

Leeftijd op 1 januari 2001Het extra ouderdomspensioen uit de overgangsregeling, inclusief het opgebouwde prepensioen en het extra nog op te bouwen pensioen, mag niet hoger zijn dan dit percentage van het salaris
45 jaar of ouder, maar niet ouder dan 50 jaar70%
40 jaar of ouder, maar niet ouder dan 45 jaar65%
21 jaar of ouder, maar niet ouder dan 40 jaar60%


 
print print icon 
Afbeelding banden