Kans op verlaging van de pensioenen

Terug naar het overzicht
  • Kan een pensioenfonds zomaar de pensioenen verlagen?

    Een verlaging van de pensioenen is alleen aan de orde als de financiële positie van een pensioenfonds erg slecht is. Een pensioenfonds gaat daarbij ook nooit over één nacht ijs. Eerst zijn andere maatregelen genomen om er weer financieel bovenop te komen. Deze maatregelen staan in het herstelplan en worden elk jaar goedgekeurd door toezichthouder De Nederlandsche Bank. Lukt het niet om weer financieel gezond te worden binnen de wettelijke termijnen, dan komt een verlaging van de pensioenen als laatste redmiddel op tafel. Eerder niet.

  • Wat merkt u van een verlaging van uw pensioen?

    Werknemer
    Als u nog werkt, merkt u daar nu in uw portemonnee niets van. Maar later wel. U bouwt nog pensioen op, dus elk jaar komt er een beetje pensioen bij. Het totaal van al deze stukjes uit het verleden is uw opgebouwde pensioen. Dit opgebouwde pensioen kunt u zien op uw Uniform Pensioenoverzicht en in de beveiligde omgeving Mijn Pensioencijfers van deze website. Als een pensioenfonds de pensioenen verlaagt, gaat het opgebouwde pensioen ook omlaag. Straks als u met pensioen gaat, merkt u het wel in uw portemonnee. Dan ontvangt u minder pensioen.

    Oud-werknemer
    Dat geldt ook voor mensen die uit dienst zijn gegaan. Bent u uit dienst en hebt u uw pensioen bij ons fonds laten staan? U merkt nu ook in uw portemonnee niets van een verlaging. Maar later wel. Het pensioen dat u bij ons fonds hebt laten staan, gaat omlaag. Straks als u met pensioen gaat, ontvangt u minder pensioen.


    Gepensioneerde
    Bent u met pensioen of nabestaande van een deelnemer die bij het fonds pensioen heeft opgebouwd? Dan ontvangt u elke maand een uitkering van het pensioenfonds. Als een pensioenfonds de pensioenen moet verlagen, dan gaat deze pensioenuitkering vanaf de verlagingsdatum omlaag. U merkt het dus direct in uw portemonnee. Stel: u hebt een pensioen van ons fonds van € 100 bruto per maand en het pensioen gaat 1% omlaag. Dan ontvangt u elke maand € 1 bruto minder.

    Vaak ontvangt u ook pensioen van andere organisaties, zoals AOW of Anw van de overheid, pensioen van andere pensioenfondsen of verzekeraars, of pensioen dat u zelf hebt gespaard (zoals lijfrente). Een verlaging bij ons fonds raakt deze pensioenen niet. Voor een overzicht van uw totale opgebouwde pensioen bij verschillende werkgevers én uw AOW van de overheid kunt u inloggen op de landelijke pensioenwebsite www.mijnpensioenoverzicht.nl.

  • Het gaat goed met de economie. Waarom komt ons fonds toch geld tekort?

    Het is de vraag of we echt geld tekort komen. Pensioenfondsen hebben samen heel, heel veel geld. Het is bijna niet voor te stellen: € 1.600 miljard. Onze beleggingen doen het goed, waardoor ons vermogen toeneemt. Het vermogen van ons fonds op 31 december 2018 was € 661 miljoen.

    Waarom is er dan toch een probleem? Dat ligt aan de regels waarmee wij onze financiële positie moeten berekenen. We moeten van de overheid een heel lage ‘rekenrente’ gebruiken. Daarmee berekenen we hoeveel geld we in kas moeten hebben om nu en in de toekomst alle pensioenen te kunnen betalen. Hoe lager de rente die we gebruiken, hoe hoger onze verplichtingen zijn. Omdat de rente op dit moment extreem laag is, stijgen onze verplichtingen harder dan ons vermogen, en dat heeft een negatief effect op onze dekkingsgraad (de financiële graadmeter van een pensioenfonds).

  • Hoeveel geld moet het fonds opzij zetten om alles te kunnen betalen?

    De ministers Koolmees en Hoekstra hebben deze vraag in de Tweede Kamer beantwoord. Zij berekenden dat een pensioenfonds voor een pensioen van € 100 over twintig jaar:

    • op 31 december 1999 € 29 in kas moest hebben
    • op 31 juli 2019 € 91 in kas moet hebben

    De oorzaak van dit verschil is de lagere rekenrente.

    Daar komt nog bij dat prijzen stijgen. U kunt over twintig jaar met € 100 minder kopen dan nu. Dan is die € 100 nog maar € 65 waard. We moeten nu dus € 91 in kas hebben om over twintig jaar u een pensioen te kunnen betalen dat € 65 waard is.

  • Waarom staat het ene fonds er slechter voor dan het andere?

    Het ene pensioenfonds staat er financieel beter voor dan het andere. Deze verschillen komen onder meer door:

    • hoeveel premie werknemers en werkgevers betalen
    • hoe het fonds deze premies belegt (en hoe het fonds het risico van de rente opvangt)
    • afspraken met de werkgever: moet hij verplicht bijstorten als het slecht gaat?

        

    Met name het tweede punt speelt een belangrijke rol. De rekenrente heeft grote invloed op onze financiële positie. Die rente is bepalend voor hoeveel geld wij in kas moeten hebben om alle pensioenen te kunnen betalen.

    • Is de rekenrente hoog? Dan hoeven we minder geld in kas te hebben.
    • Is de rekenrente laag? Dan moeten we juist meer geld in kas hebben.

       

    Daling rekenrente

    Deze rekenrente is de afgelopen jaren sterk gedaald. In 2015 was de rekenrente voor een pensioen dat over 30 jaar uitbetaald moet worden 1,6%. Nu is deze nog maar 0,5%. Daardoor moeten we nu veel meer geld in kas hebben om straks hetzelfde pensioen te kunnen betalen. Daardoor staan we er financieel slechter voor.

       

    Wat kunnen we daartegen doen?

    Het risico dat de rente daalt, kunnen we afdekken. Bijvoorbeeld door het geld te beleggen in producten die in waarde stijgen als de rente daalt. Denk daarbij aan een obligatie. Dat is een (staats-)lening waarvoor het fonds een vooraf vastgestelde rente ontvangt. Die zogenoemde couponrente stijgt of daalt niet tijdens de looptijd. Dat maakt een obligatie interessant om te hebben als de rente daalt.

    Wij hebben dit risico voor een deel afgedekt, omdat we veilig willen beleggen. Maar we willen ook rendement (= winst) boeken met onze beleggingen. Daarom hebben we bijvoorbeeld ook aandelen. Met aandelen lopen we meer risico, maar hiervoor geldt ook dat ze relatief meer kunnen opleveren.

    Niet alle risico’s zijn afgedekt

    We dekken dus niet alle risico’s af. Daardoor blijft er een stuk over dat wél gevoelig is voor een dalende rente. Hoe groot dat stuk is verschilt van fonds tot fonds.

  • Waarom stijgt de AOW wel en uw pensioen niet?

    De AOW van de overheid is een ander ‘soort’ pensioen dan het pensioen dat u via uw werk opbouwt bij ons fonds.

    De AOW is een minimaal bedrag om van te leven. De hoogte stelt de overheid twee keer per jaar vast. Het maandelijkse AOW-bedrag is gekoppeld aan het minimumloon. Het minimumloon stijgt als vakbonden en werkgevers in cao’s afspreken om de lonen te laten stijgen. Een stijging van de cao-lonen zorgt er dus indirect voor dat de AOW ook omhoog gaat. Zo behoudt de uitkering zijn waarde. Komt de overheid geld tekort? Dan vult ze dat aan uit de algemene reserve van ons land.

    Voor het pensioen dat u via uw werk opbouwt bij ons fonds betaalt/betalen u en uw werkgever premie. Voor die premie regelen wij een pensioen voor u (of uw nabestaanden). Of dat (opgebouwde) pensioen meestijgt met de prijzen, hangt af van onze financiële positie. Komt ons fonds geld tekort? Dan kunnen we de pensioenen niet verhogen. In het uiterste geval moeten we ze verlagen.